leidenlanguageblog

‘Om de wereld om ons heen te begrijpen, moeten we de wetenschap een lhbti+-bril opzetten’

‘Om de wereld om ons heen te begrijpen, moeten we de wetenschap een lhbti+-bril opzetten’

Een gesprek met LUCL-taalkundige Eduardo Alves Vieira die het Pajubá, een lhbti+-dialect uit Brazilië, onderzoekt. Hier kunnen wij ook wat van leren.

Eduardo Alves Vieira groeide op in Brazilië, promoveerde in Madrid en is momenteel universitair docent bij LUCL aan Universiteit Leiden. Zijn huidige onderzoeksproject gaat over het Pajubá-dialect, en hoe dit Braziliaanse queer-idioom voor taalvariatie binnen het Portugees zorgt. De implicaties van zijn onderzoek reiken echter verder dan de taalkunde en de Braziliaanse landgrenzen. Welke lessen kan de wetenschap uit zijn onderzoek trekken?

“Pajubá,’ zo begint Alves Vieira, ‘staat tegenwoordig bekend als het lhbti+-dialect dat wordt gesproken door de queer- (parapluterm voor mensen die zich niet identificeren met hun geboortegeslacht en/of als heteroseksueel, TiV) gemeenschap in Brazilië. Historisch gezien is het een mix van Afrikaanse talen zoals het Yoruba, Braziliaans Portugees, en de inheemse taal Tupi.”

Verzetstaal

Pajubá is van oorsprong een taal van verzet. “Veel tot slaaf gemaakte mensen werden ten tijde van de kolonisatie naar Brazilië gebracht. Een groep mensen genaamd Yoruba, die ook Yoruba sprak, bracht de religie Candomblé met zich mee.”

Naast kolonialisme speelde ook de kerk een belangrijke rol. “In Brazilië wilden veel lhbti+-’ers hun geloof belijden, maar ze waren niet welkom in christelijke of evangelische kerken. Candomblé opende de deuren voor deze gemeenschap. Zo kwam de queer-gemeenschap in aanraking met de taal en begon deze ook buiten de kerk te gebruiken. Inmiddels vinden termen gebruikt op sociale media en in programma’s zoals het populaire RuPaul’s Drag Race, een Amerikaanse talentenshow voor dragqueens, ook hun weg naar het Pajubá.’

Lhbti+ -taalkunde

Waar Pajubá een vergaande geschiedenis heeft, is lhbti+- of queer taalkunde een relatief jonge wetenschap. Pas in de 20ste eeuw, en voornamelijk in westerse landen, kwam lhbti+-taalkunde op. “Ook nu heb ik nog collega’s binnen de taalkunde die soortgelijk onderzoek in hun land niet zouden kunnen uitvoeren”, zegt Alves Vieira. Hij vertelt dat hij aan de universiteit in Brazilië vanwege de lage acceptatie van lhbti+-personen nooit had durven vragen om begeleiding bij dit onderzoek. Waar lhbti- taalkunde zich in de jaren 60 en 70 voornamelijk focuste op de verschillen in taalgebruik tussen mannen en vrouwen, speelt ‘intersectionaliteit’ tegenwoordig een grote rol.

Zo ook in het onderzoek van Alves Vieira. “Wat ik in mijn onderzoek doe, is uitvissen hoe de intersectie van de assen taal, gender en seksualiteit een rol speelt in de taalvariatie binnen het Braziliaans Portugees.” Met ‘taalvariatie’ wordt de verscheidenheid in taalgebruik tussen verschillende groepen mensen bedoeld. “De bedoeling is om in de toekomst na te gaan of mensen meer bereid zijn om verschillende seksualiteiten en genders te accepteren binnen de Braziliaanse context. Dit kunnen we waarschijnlijk ook afleiden uit het taalgebruik.”

Beperkend

Om dit te onderzoeken, is het van belang verschillende groepen mensen in kaart brengen. Alves Vieira gebruikt hiervoor enquêtes of vragenlijsten die hij doorstuurt aan sprekers van het Pajubá. Binnen academische enquêtes wordt vaak beperkt gebruik gemaakt van opties om de verschillende assen aan te geven. Voor bijvoorbeeld gender zijn de opties meestal ‘man’, ‘vrouw’, en in enkele gevallen ook ‘anders’. “Te beperkend”, vindt Alves Vieira. “Ik gebruik net zoveel vakjes als ik kan bedenken, en dat betekent helemaal niet meer werk.”

Een kleine moeite, maar met groots resultaat. Zo kan er immers preciezer gekeken worden naar hoe verschillende groepen mensen de taal gebruiken en hoe geaccepteerd het dialect wordt binnen deze verschillende groepen. “Mijn data laten zien dat bijvoorbeeld cisgender vrouwen (vrouwen waarvan hun genderidentiteit overeenkomt met hun geboortegeslacht, TiV) meer openstaan voor taalvariatie en het Pajubá.”

“De wereld verandert nu eenmaal, en de wetenschap dient dat ook te doen.”

Nieuwe normen

Of de wetenschap klaar is voor een andere norm, staat volgens Alves Vieira niet ter discussie. “De wereld verandert nu eenmaal, en de wetenschap dient dat ook te doen.”

“Maar,” vervolgt hij optimistisch, “ik zie tegenwoordig steeds meer collega’s die hun voornaamwoorden onder hun e-mails zetten. Hierdoor wordt het voor transpersonen makkelijker om aan te geven of ze aangesproken willen worden met ‘hij’, ‘zij’, ‘die’ of ‘hun’.” Zulke veranderingen ziet hij ook terug in zijn persoonlijke kring. “Als ik mijn neefje en nichtje hoor praten, merk ik dat ze over thema’s spreken waar wij het vroeger nooit over hadden.” Even pauzeert hij. “Dat geeft hoop.”

Taal in beweging

Waar Alves Vieira opgewekt vertelt over zijn onderzoek, blijft de ondertoon steevast kritisch. “Het bestuderen van Pajubá leert ons dat taal constant in beweging is, en dat iedereen daar potentieel aan kan bijdragen.” Taal is geen vast gegeven, en wie daar tegenin probeert te gaan, ontkent volgens Alves Vieira een fundamenteel aspect van taal. “Bovendien laat Pajubá zien dat we ook moeten kijken naar andere aspecten van de samenleving, zoals stigmatisering en de rechten van specifieke gemeenschappen. Ik ben ervan overtuigd dat onderzoek doen door zo’n queer-bril kan helpen om nieuwe manieren te bedenken om de wereld om ons heen te begrijpen. Het wordt kortom tijd dat we binnen de academische wereld niet enkel door een heteronormatieve lens kijken.”

Met die ‘heteronormatieve lens bedoelt Alves Vieira dat iedereen vanaf de geboorte in het hokje man of vrouw valt en zich aangetrokken voelt tot het andere geslacht. Deze standaard sijpelt volgens hem in de wetenschap op verschillende manieren door – zoals bijvoorbeeld in de eerdergenoemde gelimiteerde vakjes om gender aan te geven in een enquête.